26maart2026
18maart2026
Wat is goed: 'Ze zegden af voor het feest' of 'Ze zeiden af voor het feest'?
26-03-2026
Het is allebei goed. 'Ze zegden af voor het feest' is gebruikelijker.
Afzeggen heeft twee verleden tijden: zei af (meervoud: zeiden af) en zegde af (meervoud: zegden af). Zegde(n) af is wat gebruikelijker.
Ook bij veel andere werkwoorden die op -zeggen eindigen, zoals afzeggen, toezeggen en opzeggen, zijn er twee mogelijkheden:
- Denk je dat ze daarom afzegden/afzeiden? (afzegden is gebruikelijker)
- Ze zegde/zei onmiddellijk toe. (zegde toe is gebruikelijker)
- Hij zegde/zei zijn abonnement per direct op. (zegde op is gebruikelijker)
Klik voor meer voorbeelden op het tabblad 'Voorbeelden' hierboven. Klik op het tabblad 'Achtergrond' voor meer informatie over de herkomst van zeggen, zei en zegde.
Zeggen - zei/zeiden
Zeggen heeft in de standaardtaal alleen de verleden tijd zei/zeiden. De vervoeging zegde/zegden is sterk verouderd, maar komt vooral in België nog af en toe voor in de formele schrijftaal.


